Bundels

Mijn eerste bundel op papier is 12 december 2009 verschenen. Onder de titel ‘Op rijm en zo’ zijn uiteenlopende gedichten bijeengebracht, van light tot medium verse, vormvast en vrij.

2covers

Omdat ik de smaak te pakken had, heb ik meteen ook de bundel ‘In Muiden’ uitgebracht. Hierin vind je onder meer een Amudarium (Muider ABC-op-rijm) en een achttal schetsen van bezoekers van dit mooie stadje.

Beide bundels kun je hier (en nu) bestellen. ‘Op rijm en zo’ telt 50 pagina’s en kost € 7,95 plus € 2,00 verzendkosten. ‘In Muiden’ telt 32 pagina’s en kost € 6,95 plus € 2,00 verzendkosten. Bestel je beide bundels tegelijk, dan betaal je € 14,50 plus € 2,50 verzendkosten.

Mail je bestelling naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. en maak het verschuldigde bedrag over op rekening nr. 34.31.50.441 t.n.v. Bas Holzhaus.

Bijgaand enkele voorbeelden uit beide bundels. Ik wens je alvast veel leesplezier!

 

Op rijm en zo


Recept van negen letters

Blancheer een kilo raapsteel,
ons basisingrediënt.
Roer het met een staalreep
voor wat ijzersupplement.

Te weinig kookervaring?
Ga in de pastaleer.
Neem wel aparte les
ook al kost je dat wat meer.

Recepten ga je snappen
wanneer j’er een paar leest.
En ‘t is niet per se taal:
de plaatjes zeggen het meest.

Nu verder: voeg het sap toe
dat je uit een peer slaat.
Dan tot slot de streepaal
die in z’n eigen smeer braadt.

Zo’n lekker-langzaam-maaltijd
verdient een ereplaats.
Goed, je krijgt een slaapreet,
maar de smaak is bovenmaats.

 

Dag poes

De mensen zeggen
Een kat heeft negen levens
Twee zou al mooi zijn

 

Boekengek

Zeldzame paperback!
Nieuwstaat met stofomslag!
Deel zesentwintig heeft
mij hier ontmoet!

Zware symptomen van
bibliomania.
Ik ben besmet en
mijn God, het voelt goed.

 

Compositie voor vier vogels en een snelweg

De tortel vult
met luid gekoer
de toppen van de tuin.
Zo wordt onthuld
het nid d’amour
hoog in een groene kruin.

De merel zingt
prr-wiet prr-wiet..
Zijn timbre is enorm.
Wie dat omringt,
die roert zich niet.
En zeker niet de worm.

De eend bespiedt
met schorre stem
de oever van de sloot.
Hij zoekt in ‘t riet
een plek voor hem
en voor zijn nestgenoot.

De reiger krijst
heel even maar
en staat dan stokstijf stil.
Zijn wachten wijst
zijn snavel waar
zich vis vertonen wil.

En door dat alles heen
zingt zachtjes de A1.


Drs. P

Lof zij de groot-poëet!
Helder klaroengeschal!
Hem is de eeuwigheid!
Houdt u maar op.

Ja, ik ben wars van de
dichtersverafgoding.
Maar deze man zet dat
mooi op z’n kop.


Vergeten

Denkend aan Holland
zie ik meters papieren
traag door oneindige
molens gaan,
rijen ondenkbaar
grijze formulieren
in hoge zuilen
op alfabet staan;
en in de stellingen
duister en donker
de kloeke rijen
verspreid langs
de wand,
brieven, vergunningen,
dikke rapporten,
verwerkt of verloren,
loos aan de kant.
De lucht hangt er traag,
een vraag wordt er langzaam
in tijd en langdurig
wachten gesmoord;
en ondanks protesten
wordt het later en later,
slechts met eeuwig geduld
wordt een antwoord gehoord.

Naar ‘Herinnering aan Holland’ van H. Marsman


Natuurlijke selectie

Lieveheersbeestje
Ik red je uit de wasbak
Een vlieg sla ik dood


Klimplant

Niks geen geruchten man!
Hier wordt-ie groter van!
Elke dag één en je
staat aan de top.

Lustige lenteoogst:
asparagaceae.
Mythisch geslacht steekt z’n
kopje weer op


Het begin

Waar start zo’n rijm? Dat gaat vanzelf. Je leest iets in de krant: een rare zin, een formulering die je aandacht vangt. Je schrijft hem op. Je rijmt er op. Wat flodders, ongericht. En plotseling, dan loopt het. En dan heb je een gedicht.

Als eerste is er een idee,
een ‘grove aanzet voor’.
Dan volgt al spoedig regel twee
en zit je op het spoor.

Een leidend thema bieden is
erg handig voor ’t houvast.
Voor nu: ontstaansgeschiedenis.
Dat lijkt me wel gepast.

Zes woorden en alweer een zin:
gedichten groeien snel.
Maar dit is nog maar het begin
van ’t grote woordenspel.

Nu komt het er op aan, met wat
geduld en fantasie,
meer met je rijm te doen. Maar dat
gaat niet van een-twee-drie.

Want als je ‘hier’ iets anders schrijft,
dan moet ‘daar’ ook iets bij.
Je schaaft en schuurt. Wat overblijft:
de pure dichterij.

Een binnenrijm als opening?
Dat doet het altijd goed.
Het zorgt voor wat betovering
en voedt een goed gemoed.

Ook leuk is om de zin te on-
derbreken zoals hier.
Het resultaat is heel bijzon-
der en geeft ook wat zwier.

Wie woorden weeft, die weet het wel:
als al allittereert,
dan leest de lezer lekker snel
wat Leentje Lotje leert.

Vraag je ook af wat je wellicht
met het metrum doen kan.
Als de klemtoon andersom ligt
word je daar best moe van.

In kettingrijmen veins je dat
wat dichtkunst jou ontbeert.
Eerst later blijkt de meesterzet:
het eind is het begin.

getaLLen VIt een Chronogram
- Van Voor het tIIDVak IezVs -
VersLaan het Iaar Dat hII hIer kVVam
te LeVen, sChrIIVer Dezes

Het hoeft niet strak, het kan ook speels
kijk maar eens naar ‘email’.
Het is een leenwoord, net als 'rails’
- maar da’s maar een detail.

Maak dan een mooi acrostichon,
een letterdicht van faam.
Terwijl je leest wat ik verzon.
Aanschouw je hier een naam.

Nu volgt alleen nog op het eind
een steunende moraal:
het dichten is niet wat het schijnt.
We kunnen ’t allemaal.


In Muiden

 

Stadsgezicht

Frisdrankenpakjes en zakjes met brood
Glimmende blikjes van breezer en bier
Wikkels en hoesjes van glinsterpapier
Goudbruine peukjes versieren de goot

Glanzende restjes van snoep en van koek
Felle ballonnen, het lint in een knoop
Toiletpapier op een sierlijke hoop
Postelastieken op iedere hoek

Boodschappenbriefjes en kauwgum en shag
Roestbruine aanstekers, bakjes patat
Kranten en zakdoekjes, glinsterend nat
Bekers van milkshakes als kroon op een hek

Schitterend afval, veelkleurige zooi
Muiden, o Muiden, wat ben je toch mooi


Ook in Muiden
Een schets van bezoekers

I

Hopper Honda Chopper Fonda
Easy Rider in ’t kwadraat
Put-put-put-put-put van Harley
Perst zich door de Naarderstraat

Zie ze glimmen, zie ze blinken
Nog meer dan hun motoren
Dit zijn geen watjes van kantoor
Dit zijn de echte binken

Wat een rijkdom, wat een vrijheid
Ik doe wat ik wil - bekijk het maar
Maar we zijn wel met een club
Dus netjes achter elkaar


III

Ziezo hier zijn we dan
En als je dat maar weet
De loafers aan, de sweaters om
Vanavond wordt het keet

Zeg mogen wij iets te drinken?
Zes pilsen als het kan
Wij willen ook graag zingen
Of houdt u daar niet van?

Wat zegt u? Zijn wij ballen?
U hoort het aan de klank?
Akkoord, we staan te brallen
Maar dat komt door de drank

Verwaandheid? Arrogantie?
Een opgeheven kin?
Nou ja zeg, het idee! Kom lui
We gaan het Gooi weer in


VII

Je ziet het al van verre
Tien jongens, één verkleed
Dat wordt een bonte avond
Vol vrijgezellenleed

Die ene die gaat trouwen
Die wil er wel vandoor
Hij is vanavond dame
Met plastic borsten voor

Wat zullen straks kijken
Als we naar binnen gaan
De hele kroeg ligt dubbel
Om Henk en z’n banaan

We lachen en we zingen
We zuipen stevig door
En Henk mag niets betalen
Daar heb je vrienden voor

Ze gaan ook nog de stad in
Want Henk moet naar een hoer
Henk heeft er echt geen zin in
Maar ‘nee’ - dat is niet stoer

 

De stad

Thuis heb ik nog een prentenboek,
het staat verloren in een hoek
omdat ik alle platen ken.
Muiderslot, Westbatterij,
de Kadesloot, de smederij,
het is waar ik woonachtig ben.

Maar binnenkort wordt er gebouwd
en heel wat plekjes, eens vertrouwd,
gaat men voor huizen reserveren.
De groene randen van de wijk,
de tuintjes onder aan de dijk,
ik ga ze snel fotograferen.

En langs het Kruitpad, aan het water,
zie ik de hoge bomen staan.
Ik vraag me af, wat dat moet worden
als daar straks heimachines gaan.